De toren van Surhuizum brokkelt langzaam af

Hoe oud de toren van Surhuizum is? Niemand die het precies kan zeggen. Maar het is duidelijk dat-ie toe is aan een opknapbeurt.

Wie de Surhúster toer beklimt, moet niet aan hoogtevrees lijden. De weg omhoog baant zich over krakende laddertjes en door krappe luikjes. Al is de grootste kunst om niet te verschrikken tijdens het luiden van de klok.

Wat dat betreft een toren zoals elke andere. Opmerkelijker is de buitenkant, die met acht langgerekte, trapsgewijze steunberen wel iets wegheeft van een ruimteraket. De enige verbinding tot het schip is een unieke luchtboog.

En dan de spits. In plaats van hout met leien, is die bekleed met baksteen. In Groningen heet zo’n gemetselde spits een juffertoren, maar behalve in Harich en Oudega komt de gemetselde spits in Friesland verder nergens voor.

Leuk voor het oog misschien, praktisch is anders. Net als vrijwel alle gemetselde spitsen kampt ook de toren van Surhuizum met zoutuitslag door vochtinslag. Een erg technisch verhaal, maar het resultaat is dat je binnen tussen het gruis loopt. Het water dat wél via de spits naar beneden glijdt, trekt iets lager alsnog in het baksteen. Treedt de vorst in, dan zet het steen uit en vallen de poreuze brokjes naar beneden.

Gewonde kerkgangers hebben zich nog niet aangediend. Maar de gemeente Achtkarspelen, die de toren in beheer heeft, neemt geen risico’s. En dus staat er sinds enkele jaren een hekje met twee borden. ‘Pas op, vallende steensplinters.’
Ondertussen wordt gezocht naar een oplossing. Die lijkt nu voor handen: een koperen watergoot die keurig de hoekige vorm volgt van het onderste randje van de spits. Het water valt dan naar beneden op de grond. Volgens de betrokken ambtenaren valt deze ingreep nauwelijks op. De kleur die de goot in loop der jaren aanneemt, zou overeenkomen met die van de toren zelf. Of Monumentenzorg de gewenste goedkeuring geeft, is nog even afwachten.

Hoe dan ook, in 2022 staat het herstelwerk op de agenda. De kosten zijn geraamd op zo’n 3 ton en de verwachting is dat de toren zo’n halfjaar in de steigers staat. Mits de gemeenteraad groen licht geeft, uiteraard.

Of de toren anders op omvallen staat? Zo erg is het niet, zeggen de ambtenaren. Ze krijgen weleens belletjes dat de toren nu wel écht heel scheef staat. Dan komen ze langs om het op te meten. Telkens blijkt dat de top al jaren een afwijking heeft van 371 millimeter.

Of de middeleeuwse spits straks wordt aangetast? Ook dat valt mee, want zo middeleeuws is-ie niet. De schatting is dat stenen spitsen minstens elke eeuw vervangen werden. Zeker is dat de huidige spits pas dateert uit 1984.

Hoe oud de rest van de toren is, weten ze overigens ook bij de gemeente niet. ‘Rond 1300’, vermelden alle bronnen. Of het een 13de-eeuwse toren is of een 14de-eeuwse, is dus nog maar de vraag.

Het binnenwerk toont in ieder geval een mengelmoes aan baksteenperiodes. Helemaal bovenin lijkt de toren zelfs opgetrokken uit een soort vinexbaksteen, inclusief betonnen plateau. De houten dwarsbalken zijn dan weer ouderwets half-weggevreten.

Wie het zelf wil ervaren, heeft pech. Voor reguliere rondleidingen is het er toch wat te gevaarlijk, vertelt een van de ambtenaren. Even geleden hing bij de deur nog een aankondiging voor bezichtiging. “Dy ha wy der doe dochs mar ôfhelle.”

Dit artikel van Melle Veltman is overgenomen uit de Leeuwarder Courant.